Filosofische vraagstukken binnen publieke organisaties

INHOUD VAN DEZE LEERGANG
Vanuit vragen als “hoe moeten wij handelen”, “wat willen wij zijn” etc. denken we over filosofische vraagstukken die verweven zijn met de grondslagen van publieke organisaties. Nadenken over dergelijke “zware kantiaanse vragen” (naar filosoof Immanuel Kant) vereist een bereidheid om ook het meest vanzelfsprekende te onderzoeken, en de moed om te twijfelen aan uw identiteit, autoriteit en aspiraties. Wat is het bestaansrecht van maatschappelijke instellingen? Hoe kan ik moreel goed handelen? We zullen zien dat in publieke instituties vele filosofische thema’s een rol spelen, zoals grenzen van inzicht en transparantie, legitimiteit en integriteit, macht en autoriteit, communicatie en betekenis van taal, rechtvaardigheid en de waarde van waarheid.

Inzet:
In deze leergang zullen we zien hoe bij het nadenken over identiteit begrippen als wilsvrijheid, determinisme en noodlot in het geding zijn. Identiteit van organisaties wordt uitgedragen in een missie met kernwaarden: de beeldvorming is vaak bewust design, maar mede gevormd door economische processen, politieke of culturele structuren waar de organisatie aan onderworpen is. Waarheid lijkt vaak synoniem met transparantie. Maar waar spreekt de waarheid: in het pragmatisch vermogen van managers, beleidsmakers en bestuurders om hun eigen waarheden en vertogen te creëren, die aan de organisatie stevigheid bieden in tijd van onzekerheid? Of in de hardnekkigheid van de enkeling, die ingesleten aannames blootlegt, en niet- onderzochte “waarheden” in organisaties aan het licht brengt? We weten dat verkopers en onderhandelaars en vele politici als geen ander meesters zijn in de retorica en in de grote kunst van het framen van discussies. Nadenken over de waarde van argumenten in de communicatie, wederzijds begrip, de kracht van politiek handelen… of over zaken als interculturele verschillen en morele aansprakelijkheid niet mogelijk is zonder bezinning op de macht van de taal. Bij vragen over het beheren en legitimeren van publieke macht stuiten we onvermijdelijk op dilemma’s uit de politieke filosofie, terwijl de vraag “wat moeten wij doen” ons confronteert met de grootsheid en de zwakte van het redelijk denken inzake ethische kwesties rond integriteit en goed handelen. We sluiten de leergang af met een bijeenkomst over rechtvaardigheid als grondslag van publieke instellingen. Dan zien we dat filosoferen hierover nooit vrijblijvend is: het ons dwingt tot bezinning op de eigen rol als maatschappelijk ondernemer in de samenleving of als bestuurder van een publieke instelling.

Deze leergang bevat 6 bijeenkomsten:

WAAROM DEZE LEERGANG  
Denken gaat altijd buiten iedere orde: ook als we nadenken over regels in de bedrijfsethiek, over het spel van de macht, over inspiratie of de onzichtbare kracht van een bedrijfscultuur. Denken is kunnen twijfelen: het vereist de bereidheid om zich tijdelijk te onttrekken aan de druk van de leefwereld. Maar de twijfel blijkt tevens de wachtkamer van het inzicht te zijn.

VOOR WIE  
Dit programma veronderstelt moed; het leeft bij de bereidheid om in gesprek te twijfelen aan de eigen uitgangspunten! Verder wordt weinig voorkennis veronderstelt: de docent zal een literatuurbundel verstrekken. Het lezen van tekstmateriaal is geen noodzaak, maar zal het plezier in de leergang zeker vergroten. Het is na overleg ook mogelijk losse bijeenkomsten te volgen, maar in het geheel schuilt een duidelijke meerwaarde. 

TIJD en LOCATIE 
Zes bijeenkomsten op donderdagen van 13.00 tot 17.00 uur 
Locatie: Den Haag 

WERKWIJZE/METHODE 
Na een lezing zal de docent enkele filosofische denkbeelden voorzien van uitleg, commentaar en interpretatie met ruimte voor vragen, Aansluitend voeren we gesprekken over de consequenties van deze denkbeelden voor onze eigen opvattingen over waarheid, legitimiteit en het bestaansrecht van organisaties. 

Programma op PDF 

BEGELEIDING 

  • Mogelijkheden voor individuele deelname als groepsinschrijving
  • Voorwaarde: min. aantal deelnemers:……
  • Groepsarrangementen
  • Verhindering

 INSCHRIJVING 

1e BIJEENKOMST  

Wat maakt wie zijn?
Denken over identiteit, toeval en wilsvrijheid Identiteit wordt gevormd door psychologische, sociale, economische krachten…. en toch maken we keuzes. We ontwerpen ons leven vanuit het besef dat we feitelijk in dit bestaan geworpen-zijn: handelend met dit lichaam, sprekend in deze taal,
werkend in deze wereld.

2e BIJEENKOMST

Wat kunnen wij kennen?
Denken over waarheid en interpretaties Waar spreekt waarheid: in het pragmatisch vermogen van bestuurders om eigen waarheden en vertogen te creëren, die stevigheid bieden in onzekere tijden? Of in hardnekkigheid van een enkeling, die gelooft in transparantie, en inhoud van de doofpot aan het licht brengt.

3e BIJEENKOMST

Wat vormt ons begrip?
Denken over taal, communicatie en betekenis.

Politici, verkopers en onderhandelaars beheersen de retorica en grote kunst van het framen: wat is de kracht van beslissende gestes in vergaderingen,
en wat is de valkuil van jargon, in-siders termen en magische woorden, als proactief leiderschap en kantelende organisaties?

4e BIJEENKOMST

Wat geeft ons gezag?
Denken over beheren en legitimeren
van macht.

Wat geeft instellingen in het onderwijs, politieke of juridische instellingen het gezag om diepgaand in te grijpen in het alledaagse leven van mensen. En hoe begrenzen we met goede wetten en regels de macht die overheidsdienaren zo beheren?

5e BIJEENKOMST

Wat moeten wij doen?
Denken over integriteit en goed handelen Ook “wat moeten wij doen” is één van de grote vragen van Kant. Integer handelen we volgens Kant indien dwingende wetmatigheden van het verstand ons verplichten, en we uit redelijke motieven onze vrije wil bepalen. Zo kunnen we iedere morele beslissing aan… lijkt het.

6e BIJEENKOMST

Wat maakt ons rechtvaardig?
Hoop op een betere wereld.

Wat rechtvaardig is wordt niet bepaald door macht noch door de markt van geld, niet door vaardigheden en ideeën, noch door een houding; niet door vrijheid van individuele mensen noch door protocol; niet vanuit gevoel, noch door rationeel beargumenteerd algemeen belang.

Geen activiteiten.