INHOUD VAN DEZE LEERGANG 

Laten we duidelijk zijn: Shakespeare was geen filosoof en zijn drama’s zijn geen filosofie. De theatrale werkelijkheid ontsnapt telkens weer aan iedere poging om de stukken op te sluiten binnen een bepaald denksysteem. De personages presenteren zich niet of nauwelijks als dragers van bepaalde ideeën of als representanten van levensbeschouwingen. Dramatische situaties zijn geen illustratie van een of andere existentialistische theorie over de menselijke natuur. De grootsheid van Shakespeare schuilt nu juist in het ongrijpbaar fascinerende van zijn ongeëvenaarde scheppingskracht. Een “dramatische demiurg (schepper-god)”, een 18e eeuwse bewonderaar (Herder). Degene die voor ons “het menselijke heeft uitgevonden”, de 20e eeuwse literatuurwetenschapper Harold Bloom. Degene die alle aspecten van het menselijk bestaan scherp, maar zonder dogmatische inkadering heeft belicht, en over alles tussen hemel en aarde heeft nagedacht. Shakespeare’s oeuvre past binnen iedere culturele traditie en voegt zich met een verbazingwekkende soepelheid naar iedere historische tijdsgeest. Wie “achter het werk” een verborgen boodschap zoekt, miskent de specifieke veelzijdigheid: uitbeelding van een ontvankelijk vragend denken, een niet-oordelende houding van perspectivistische lenigheid tegenover de leefwereld. In haast alle stukken zijn filosofische thema’s werkzaam, maar altijd gepresenteerd vanuit een veelheid aan tegenstellingen.

Inzet:
Shakespeare “als filosoof” heeft ons geen systeem van begrippen en denkfiguren nagelaten, maar een “filosofisch denken op het toneel” gepresenteerd: een denken dat telkens terugvraagt naar uiterst concrete contexten, en dat alle theoretische vragen grondt praktische probleemsituaties. In deze leergang onderzoeken we wat er gebeurd als filosofische denkbeelden zich theatraal presenteren in de performance, in de talige speelsheid, de metaforische kracht, de morele verbeelding, de retorica en andere niet louter tekstuele aspecten. Vervolgens proberen we (soms met slecht geweten!) om de vele filosofische uitspraken te presenteren binnen tot een min of meer samenhangende systematiek. We krijgen inzicht in Shakespeare’s denken over metafysische of theologische onderwerpen; over de grenzen van kennis, over dilemma’s, sociale of politieke problemen. We traceren de onmiskenbare invloed traceren van Montaigne, Francis Bacon en Machiavelli; schetsen de contouren van zijn mensbeeld of antropologie, en gaan op zoek naar een kosmologie, een ethisch denken over goed en kwaad en zelfs een (negatieve) theologie.

Het programma bestaat uit vijf bijeenkomsten:

MODULE 1:
Een ongrijpbare tijdgenoot

In de eerste bijeenkomst beschouwen we het ongrijpbare Shakespeare als een eeuwig oneigentijdse tijdgenoot. Er zit iets bovenhistorisch en trans-cultureels in het werk van een man wiens levens iets raadselachtigs behoudt, met een biografie die veel open plekken kent, maar die als geen ander opvattingen, emoties, ervaringen van alle culturen en van vele generaties schijnbaar moeiteloos in zich op kon nemen en doorgeven.

 Lees meer… 

MODULE 2:
Filosofische narren en wijze vorsten

In de tweede bijeenkomst zullen we zien dat in vrijwel alle stukken een of ander filosofisch thema werkzaam is, maar dan altijd benadert vanuit een veelheid aan tegenstellingen. Bovendien schuilen denkbeelden in de dramatische presentatie, in de talige speelsheid, de metaforische kracht, de morele verbeelding en andere niet-tekstuele aspecten. De karakter zijn alles behalve puppets on a string die de inzichten en opinies van hun schepper verkondigen.

 Lees meer… 

MODULE 3: 
Shakespeares filosofisch systeem?

In de derde bijeenkomst brengen we filosofische inzichten tot een samenhangende systematiek. Met enigszins slecht geweten krijgen we zicht op metafysische of theologische onderwerpen; we schetsen Shakespeares mensbeeld, zijn visie op de macht van de passies, zijn denken over de kosmos, zijn ethische beschouwingen over deugden en menselijke waarden.

 

Lees meer… 

MODULE 4:
Shakespeare in de filosofische traditie

In de vierde bijeenkomst kijken we naar mogelijke filosofische leermeesters. In alle onafhankelijkheid van zijn denken heeft Shakespeare onmiskenbaar de invloed ondergaan van grote tijdgenoten, vooral van Montaigne’s sceptische deugdethiek, van de grote geleerde Francis Bacon en van Machiavelli’s politieke denken “aan gene zijde van moraal of religie”.

 



Lees meer… 

MODULE 5:
Denken op het toneel

In de vijfde en laatste bijeenkomst vragen we ons af op welke wijze hier een “filosofisch denken op het toneel” verschijnt. We zien dat in de 16e eeuw een filosofisch vraagstuk altijd verscheen binnen een uiterst concrete context. De theoretische vragen waren geworteld in concrete praktische probleemsituaties. Dit laatste aspect blijkt vandaag een ongewone actualiteitswaarde te hebben voor de populaire publieksfilosofie, en voor de academische performance-philosophy.

 Lees meer… 


Geen activiteiten.