INHOUD VAN DEZE LEERGANG

Sinds Aristoteles zijn poëtica schreef, die bedoeld was als elementaire instructie voor het schrijven van goed drama, bestaat er wijsgerige interesse voor de tragedie als theatrale kunstvorm. Maar pas sinds de 18e eeuw, wanneer filosofen als Kant, Schelling en Hegel een ware esthetische revolutie teweegbrengen, bestaat er een filosofie van het tragische. Deze denkfiguur speelt een sleutelrol in de westerse cultuur, en slaat via Verlichting en Romantiek een brug tussen klassieke wereld en ons postmoderne tijdperk. In deze zesdelige leergang belichten we deze “idee van het tragische” bij enkele dichters en denkers. Kenmerken betreffen de moeizame aanvaarding van menselijke eindigheid en kwetsbaarheid, de strijdigheid tussen het streven naar erkenning tegenover het verlangen naar geluk en harmonie, en tenslotte de dubbelzinnige aantrekking en afstoting van onbegrensde menselijke mogelijkheden. In het doordenken van het tragische zoekt men een nieuwe omgang met het noodlot: een alternatief voor de houdingen van heroïsch-strijdvaardige affirmatie (zoals de antieke helden) of deemoedige acceptatie (in de christelijke voorzienigheid). 

Inzet:
We laten zien dat de tragedies in de theatergeschiedenis functioneren als inspiratiebron om de hedendaagse leefwereld te doordenken. De filosofische notie verrijken we steeds weer vanuit analyses van exemplarische drama’s: zo kijken we naar Sophokles’ Oedipous Rex, Shakespeare’s Othello, Racine’s Pheadra, Schillers Maria Stuart, Wagners Ring en tenslotte de tragedie van Thomas Mann: Dr. Faustus Deze werken representeren grote tijdperken van de tragedie (Grieks, Renaissance, classicistische en vroeg-moderne). Juist vanuit deze historische voorbeelden zien we dat de denkfiguur van het tragische geen gedateerde 19e eeuwse thematiek betreft. Integendeel: vertoont het tragische zich niet ook in eigentijds onbehagen rond globalisering en angst voor onbeheersbaarheid van de technologie? En welk theater is in staat om het tragische in onze hedendaagse leefwereld te verbeelden? 

In deze zesdelige leergang zal een groot aantal filosofen en dramaschrijvers de revue passeren. Het begin is natuurlijk de invloed van de werken van Aischylos en Sophokles, en het dispuut van Aristoteles en Plato over de aard van de tragedie. Vanuit de Griekse en de Romeinse meesters maken we een sprong naar het tragische in de Renaissance, bij Calderon en Shakespeares Othello. De kracht en grenzen van de classicistische esthetica belichten we aan de hand van de tragische kunst in Racine’s Pheadra. In de tijd na de Franse revolutie en de omwenteling die Kant in de filosofie teweeg bracht, weerklinken in de belangstelling voor historisch theater tussen Aufklärung en Romantiek, bij Goethe, Kleist en Schiller. We traceren de invloed van filosofen als Schelling, Hegel en Hölderlin, denkend tussen idealisme en nostalgie, in een bloeitijd van Trauerspiele. Bij de pessimistische Schopenhauer en de religieuze Kierkegaard schuilt tragiek in de strijdigheid van het geloof en de wereldse staat. Bij Nietzsche en Wagner herleeft de droom van een alomvattende kunstvorm, terwijl Heidegger, Thomas Mann en Adorno de tragische situatie doordenken van alle kunst ten overstaan van de catastrofe. 








BIJEENKOMST 1:
Plato en Aristoteles in het theater

Het begin van ieder denken over tragiek is natuurlijk gelegen in het werk van Aischylos en Sophokles, en in het dispuut van Aristoteles en Plato over de invloed van het theater op de gemeenschap: een dispuut dat na 2500 jaar geenszins aan belang heeft ingeboet.


Lees meer… 

BIJEENKOMST 2: 
Tragiek en levenskunst in de Renaissance

We maken een sprong naar de herneming van de tragedie als kunstvorm in de Renaissance: vooral bij Shakespeare zien we een nieuw denken over het tragische, waarin keuze vanuit een vrije wil en op vrije reflectie op het handelen door protagonist centraal staan.

 Lees meer… 

BIJEENKOMST 3: 
Classicistische tragiek
en historische treurspelen

De kracht en grenzen van de classicistische esthetica belichten we aan de hand van de tragische kunst in Racine’s Pheadra. In de tijd na de Franse revolutie en de omwenteling die Kant in de filosofie teweeg bracht, bloeit de belangstelling voor historisch theater.

 Lees meer… 

BIJEENKOMST 4:
Filosoferen als tragische activiteit

In de bloeitijd van de Trauerspiele tussen Aufklärung en Romantiek volgen we de invloed van Goethe, Kleist en Hölderlin op denkers als Schelling en Hegel die het filosoferen zelf begrijpen als een poging om tragische tweespalt te verzoenen.


 Lees meer… 

BIJEENKOMST 5:
Mythe, muziek en de wedergeboorte
van de tragedie

De religieuze Kierkegaard brengt het tragische in verband met de absurditeit en de afgrond waar het gelovige individu me worstelt. Via de pessimistische Schopenhauer herleeft bij Nietzsche en Wagner de droom van de theatrale voorstelling als alomvattende kunstvorm.

 Lees meer… 

BIJEENKOMST 6:
Tragische kunst van esthetisering
naar barbarij

Is de tragedie als kunstvorm nog denkbaar na Auschwitz en Hirosjima? Met uiteenlopende denkers als Heidegger, Beckett, Thomas Mann, Pasolini en Adorno doordenken we de tragische situatie van alle kunst ten overstaan van de catastrofe.

 Lees meer… 

Geen activiteiten.