Opmerkelijk is het gemak waarmee we vandaag de grenzen van het privé-domein willen slechten: privacy die we enkele decennia geleden nog als vrije kritische burgers in bescherming namen tegenover totalitaire Big Brother kenmerken van de staat of het «systeem». Hoe komt het dat deze dreiging ons nu nauwelijks schijnt te deren en dat wij, gewone burgers, op enig vaag onbehagen na, nauwelijks verontrust lijken te zijn over dit verschijnsel.

We leven in werveling, in een maalstroom van chaotische patronen: het puur instantane verglijden. Spatio-temporaliserende beweeglijkheid die inspiratie gaf aan de apocalyptische schetsen van Leonardo, aan Shakespeare’s The Tempest of aan Beethovens late strijkkwartetten, maar die ook Joris Ivens fascineerde in zijn L’Histoire du Vent.

Maar dynamiek in de globalisering kunnen we niet belangeloos esthetisch beschouwen, als een woekering van fractalen, speelse deconstructie van conventies. We zitten er zelf middenin, het snijdt ons singuliere, unieke, private «zelf» midden door. Globalisering beleven we niet als organische groei, als vooruitgang of als verlichting, bevrijding uit een heersende onmondigheid of ellende. Evenmin staart de tijdsgeest ons aan als een permanente apocalypse now, als tijd van ondergang. De toekomst bezien we niet in een serene berusting, als betrof wat ons nu overkomt een soort noodlottig technisch «Geschick», een ontworteling die iedere geborgenheid vernietigt. Dit alles is veel te gericht. Vreemd genoeg lijkt het dreigende verlies van het «eigene» ons nauwelijks te deren: we speuren hooguit beklemming, een vaag onbehagen…..

Vormeloze veranderingen. In politiek-juridische wetgeving en instituties, in het casino-kapitalisme, in de sociaal-economische arbeidsverhoudingen, in de opkomst van «big-data-science» binnen de wetenschap, in de geopolityieke mondiale verhoudingen, maar ook in de sociaal-culturele praktijken in de leefwereld en in de alledaagse spreektaal. Overal gaan de ontwikkelingen zo razendsnel dat we ze nauwelijks meer als radicale omwentelingen kunnen registreren. Ons historisch tijdsbesef hapert in deze flux, stroom van onbetekende, letterlijk tekenloos blijvende events. Structuren voor reflectie op individuele keuzen, allerlei routines in ons denken, individuele levensprojecten, beschermende protocollen, momenten van spirituele vervolmaking, ethische voorbeelden voor deugdzaam gedrag, beproefde gebruiken en zelf-technieken, maatstaven voor onze kritische (smaak-)oordeelskracht…. In deze liquide moderniteit waarin de groei in alle facetten geprogrammeerd lijkt, behoudt geen enkele vorm nog langer een «Gestalt».

 

Regels, samenhang en principes belichamen geen dieper inzicht in het wezen der dingen: zij «werken» wel momentaan en op pragmatisch niveau, zij verknopen verschijnselen binnen een laten netwerk-wereld. En wij zoeken niet langer de diepte, maar leren steeds beter als vaardige schaatsenrijders ons te bewegen op de oppervlakten. Een diepere, hogere, lichtere vorm van inzicht is onbruikbaar, onzinnig en daarmee overbodig geworden: er is louter pluraliteit van perspectieven.

In het permanent spelende liquideren van vormen krijgen deze nauwelijks meer tijd of duurzaamheid om uit te kristalliseren: zij ontwikkelen zich dus niet meer tot historisch-culturele referentiekaders voor ons handelen, voor individuele projecten of voor collectieve identificatie. De zg. «nieuwe media», smart-phones en telecommunicatieve interfaces zijn ons letterlijk onder de huid geschoven. Met allerlei neuro-sensors en bionisch-nanotechnologische protheses onthechten we ons steeds meer aan onze uiterlijke gestalte, onze lijfelijke beperkingen en begrenzingen. We ontworstelen ons aan het dierlijke: galvaniseren het publieke uiterlijk tot een esthetico-erotisch gadget dat in de genotvolle roes iedere verwijzing naar een innerlijke privé-sfeer kan ontberen.

Leven in gerealiseerde utopie van controle over alle fysiologisch-biologische aanpassingsmechanismen: ons zelfbeeld wordt steeds mimetisch-flexibeler om het functioneren in een veelheid van contexten te optimaliseren. We kiezen de protheische kameleon als een rolmodel. Het gemak waarmee we ons uiterlijk (lijf, taal, image) steeds vloeiender willen voegen naar wat de publieke omgeving (arbeid, macht, relaties) van onze vraagt, heeft wellicht een keerzijde. Met een opmerkelijk gemak lijken we bereid om datgene op te offeren wat in onze westerse cultuur altijd als een onschendbare schat koesterde: onze privacy, onze vrije autonome wil, onze innerlijke subjectiviteit, ons meest unieke, eigene geheim. Onze ziel.

We verkopen niet meer onze ziel aan de duivel, in ruil voor macht of geniale creativiteit. We houden geen uitverkoop. Onder druk van een belevingsobsessie liquideren we de privacy en onthechten ons van de ziel.

Is deze schaamteloze liquidering van de privacy een dreiging die niemand schijnt te deren, en juist daardoor zo onheilspellend. Is de werkelijke catastrofe hier de alomtegenwoordigheid van informatie-, opsporings- en registratietechnologieën, of betreft het eerder de ongemerkte aanwezigheid van de meest sinistere aller gasten: het nihilisme. Nietzsche zou hier geen moment aan twijfelen……

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Geen activiteiten.